Ruimte maken voor ongemak: Als het leven anders loopt dan je had gedacht

± 7 minuten leestijd

Ken je de uitspraak van Herman Finkers? De cursus ‘omgaan met teleurstellingen’ gaat wederom niet door. Dat is eigenlijk een prachtige metafoor voor het ruimte maken voor ongemak.

Dingen lopen soms niet zoals we zouden willen. Je had een plan, een verwachting, een beeld van hoe iets zou gaan… en dan gebeurt het net even anders. Irritatie, frustratie of boosheid kunnen je dan zo overvallen dat je meteen in de actie-modus schiet: oplossen, fixen, wegduwen, afleiden, analyseren. En als dat allemaal niet werkt, begint het gepieker. Je brein haakt zich erin vast als een hond die een verse bot heeft gevonden. “ZIT!” “AF!” “LOS!”

border collie 750593 1280

Inhoudsopgave

Dat ‘ook dit nog’ gevoel

Maar hoe hard je ook roept, soms luistert die hond simpelweg niet. Zeker niet op dagen dat de wet van Murphy overuren lijkt te draaien. Want vaak is het niet eens die ene grote gebeurtenis die ons nekt, maar juist de opeenstapeling van kleine, lullige voorvallen. Het is het moment waarop je emmer niet alleen vol zit, maar met een grote plons overstroomt.

Die beroemde laatste druppel ziet er vaak zo uit:

Je kopje valt op de grond en breekt. Alle stukjes over de vloer, scherpe randjes overal, en tot overmaat van ramp zitten de koffiespetters op de witte keukenkastjes. Je bent al vijf minuten te laat, jas half aan, tas nog open, sleutel ergens onder een stapel papieren. Je wilde net de deur uitgaan en dan gebeurt dit.

Je staat daar, tussen de scherven, de koffie, de chaos in je hoofd en de chaos in je keuken. Je hart schiet in een soort splitsing: opruimen? weggaan? opnemen? eerst ademhalen?

Die fractie van een seconde waarin alles tegelijk lijkt te gebeuren. Dat is het pure, rauwe “ook dit nog…” moment. Dat moment waar je brein het liefst volle bak in de stressstand schiet. Juist daar zit de groei. Dat klinkt mooi op papier, maar in de praktijk werkt je biologische systeem je hierin vaak keihard tegen.

kop valt uit hand

Waarom je brein graag in botten vastbijt

In de oertijd waren signalen van onveiligheid levensbedreigend:
geritsel in het struikgewas, voetstappen in de verte, een stamlid dat te lang wegbleef. Je brein is ontworpen om alarm te slaan zodra iets afwijkt van wat je verwacht. Volgens biologen zoals Joseph LeDoux is het brein gebouwd om snel alarm te slaan bij onverwachte prikkels.

 

Alleen… tegenwoordig werkt de wereld net iets anders.
Te laat komen op je werk voelt vervelend, maar levensbedreigend is het niet. Een gemiste afspraak is geen sabeltandtijger. Een vertraagde trein is geen dodelijk ravijn.

 

En toch reageert je brein alsof er iets heel belangrijks op het spel staat…

De peuter en de banaan

Ik was laatst bij een goede vriend van me en zijn twee kinderen. De jongste, zijn zoontje van drie, wilde graag een banaan. Mijn vriend was druk bezig, dus ik pakte de banaan, sneed hem in stukjes en legde het voor zijn neus. Hij keek me glazig aan en zei opnieuw “banaan.”

 

Hij raakte langzaam overstuur en ik begreep er niets van. Totdat zijn vader kwam met de oplossing: een satéprikker dwars door de banaan, zodat het weer één geheel was.

 

“Ja, dat moet echt zo,” zei hij. Blijkbaar is dit echt een fase.
In het hoofd van een peuter bestaan allerlei scenario’s: een gepelde banaan, ongepeld, in stukjes, in zijn geheel, doormidden gebroken… En als de banaan wordt gepresenteerd op een manier die niet strookt met zijn interne beeld, ontstaat er frustratie. Verdriet. Boosheid.

 

Wij zijn geen peuters meer, maar ons brein reageert nog verrassend vaak op dezelfde manier. We willen dat dingen logisch zijn. Dat ze passen in het plaatje dat wij in ons hoofd hebben. Maar het leven werkt simpelweg niet zo.

 

Pijn, verdriet, hartenzeer, ziekte, teleurstelling, plotseling verlies — niets daarvan volgt een nette logica. Het hoort bij het mens-zijn.

banaan

De automatische reflex

Als dingen anders lopen dan je had gewild, komt vaak die reflex: boos worden, harder werken, erin blijven hangen, eindeloos proberen terug te pakken wat je “kwijt” bent geraakt.

 

Op de korte termijn voelt dat logisch. Misschien zelfs handig.
Maar sommige dingen lossen niet meteen op.
Sommige dingen hebben tijd nodig.
Sommige dingen kun je simpelweg niet sturen, controleren of veranderen.

 

En dan? Ga je nachtenlang piekeren?
Gaan je gedachten rondjes rijden zonder eindbestemming?

Zwart-wit illustratie van een schetsmatige cirkel met de tekst: Geluk ziet niet in het vinden van oplossingen maar in het accepteren van wat je niet kan oplossen. Mindfulness.nl logo onderaan.

Een andere weg: bereidheid

Ik stel iets anders voor: bereidheid creëren om het ongemak te voelen, zoals het zich presenteert. Niet wegduwen, niet ontlopen, niet oplossen, niet obsessief uitdenken. Bereidheid trainen om het ongemak te voelen in je lijf, in je innerlijke wereld… en daar ruimte voor te maken.

 

Ruimte om het er gewoon te laten zijn.
Het te voelen.
En daardoor de impact te verminderen in het dagelijks leven.

 

Denk aan het koud douchen van Wim Hof. Je dompelt jezelf bewust onder in ijskoud water (waarom zou je dat überhaupt willen?!) om beter tegen alledaagse kou te kunnen. Je traint je lichaam om minder heftig te reageren, zodat er draagvlak ontstaat om er makkelijker mee om te gaan.

 

Net zoals die kungfu-film met Jean-Claude van Damme waarin hij blijft schoppen tegen een bamboestok.
Oké, dat gaan we dus niet doen.
Maar ergens, in het klein, ook weer wel.
Alleen met zachtheid en opbouw. Want als je dit leest, ben je waarschijnlijk al vaak hard genoeg voor jezelf.

1

Trainen in omgaan met ongemak

Bereidheid groeit door herhaling en wordt sterker met oefening. Je traint je zenuwstelsel om niet meteen in verzet te schieten. Je went aan een prikkel die eerst heftig voelt. Je lichaam en je brein leren: “Dit kan ik hebben.”

 

Je bouwt tolerantie op. Ruimte. Draagvlak. In ACT wordt dat vaak “psychologische flexibiliteit” genoemd.

 

Elke keer dat je even blijft zitten bij een golf van ongemak, train je jezelf om minder overweldigd te raken. Om minder reactief te zijn. Om ruimte te voelen tussen de trigger en je reactie.

 

En die ruimte maakt het verschil.

 

In de file.
Als iemand voordringt.
Als je kopje koffie uit je hand glipt.
Als je vriendin maar niet terugbelt.
Als je hond wordt aangereden.
Als dingen anders lopen dan je had gehoopt of bedacht.

 

Dat is exposure in de basis: jezelf langzaam en veilig blootstellen aan wat je spannend vindt. Het is bewezen effectief. Dus eigenlijk is het best passend dat die cursus ‘omgaan met teleurstellingen’ wéér niet doorgaat.

accepteren en loslaten2

Een oefening om mee te beginnen

Bereidheid kun je vanaf vandaag trainen. De makkelijkste manier is even stoppen met alles waar je nu mee bezig bent. Je kan je ogen sluiten. Je bewust te zijn dat je zit, waar je zit, je billen op de stoel voelen. Rug tegen de leuning. En dan gewoon daar zitten. Verder niets. De rest gaat namelijk vanzelf. Honderden gedachten en scenario’s. Golven van emotie of juist gevoelloosheid. Jeuk op je linkerbeen, kriebel aan je voorhoofd, lichte pijn in je rechterkuit. “Dit is saai” of “Hier heb ik geen tijd voor”. Noem ze maar op, het komt allemaal voorbij. En je zit daar gewoon nog steeds. Zitten om te vergeten. Zitten om te herinneren. Zitten om het zitten. The art of doing nothing. Niet bewust veranderen of verbeteren of begrijpen of analyseren. Alleen bewust zitten. Een oefening in geduld. Ruimte maken voor wat er zich in je afspeelt zonder bewust het aan te pakken, te veranderen of te stoppen. Even geen afleiding. Geen dingen buiten jezelf. Dat is al genoeg.

Hieronder vind je een begeleide oefening die je helpt ruimte te maken voor ongemak. Zo bouw je precies die metaforische spier op die je dagelijks zoveel rust en draagkracht geeft. Begin klein. En blijven doen.

 

Dus de volgende keer dat zo’n naar gevoel omhoog komt. En je merkt dat je het wil gelijk wil oplossen. Herinner je dan, het gewoon doorleven en ervaren is nu de oplossing. Daarna zien we wel weer verder.

album-art

00:00

Bronnen

  • Baumeister, R. F., Bratslavsky, E., Finkenauer, C., & Vohs, K. D. (2001). Bad is stronger than good. Review of General Psychology, 5(4), 323–370.
  • Foa, E. B., & Kozak, M. J. (1986). Emotional processing of fear: Exposure to corrective information. Psychological Bulletin, 99(1), 20–35.
  • Frankl, V. (1946). Man’s Search for Meaning. Beacon Press.
  • Harris, R. (2009). ACT Made Simple. New Harbinger.
  • Hayes, S. C., Strosahl, K., & Wilson, K. G. (1999). Acceptance and Commitment Therapy: An Experiential Approach to Behavior Change. Guilford Press.
  • Kabat-Zinn, J. (1990). Full Catastrophe Living. Random House. (Herziene editie: 2013.)
  • Kashdan, T. B., & Rottenberg, J. (2010). Psychological flexibility as a fundamental aspect of health. Clinical Psychology Review, 30(7), 865–878.
  • LeDoux, J. (1996). The Emotional Brain. Simon & Schuster.
  • Lazarus, R. S., & Folkman, S. (1984). Stress, Appraisal, and Coping. Springer.
  • Piaget, J. (1952). The Origins of Intelligence in Children. International Universities Press.
  • Wegner, D. M. (1987). Paradoxical effects of thought suppression. Journal of Personality and Social Psychology, 53(1), 5–13.

Handig artikel? Deel het met anderen:

Meer artikelen

────

MBCT combinatie tussen mindfulness en cognitieve therapie
Mindfulness

Wat is MBCT?

Mindfulness-Based Cognitive Therapy (MBCT) combineert mindfulness en cognitieve gedragstherapie om depressie en negatieve denkpatronen aan te pakken. Het vermindert bewezen de kans op terugval met 50% en helpt bij emoties, stress en ADHD. MBCT biedt een 8-weken programma met oefeningen en reflecties voor een bewuster en evenwichtiger leven.

Lees verder »
Vrouw met hand op de borst en open hand naar boven, als symbool voor zelfcompassie en ademruimte-oefening in mindfulness
Meditatie

De 3 minuten ademruimte

De 3 minuten ademruimte. Voor mensen die geen tijd hebben om te gaan zitten en te mediteren, is alles wat je nodig hebt 3 minuten. Ideaal om tijdens je dag toe te passen.

Lees verder »